Michiel van der Vlies, bestuurder van Waardeburgh, is vanaf 2026 ook de voorzitter van de VVT alliantie Waardenland. Michiel vertelt over zijn motivatie en de meerwaarde van de alliantie.
Michiel, je bent de nieuwe voorzitter van de VVT alliantie Waardenland. Waarom wil je die rol op je nemen?
‘We zitten in een fase waarin we steeds meer willen samenwerken. Dan moet je, vind ik, ook je verantwoordelijkheid nemen. Ik vind het een uitdaging om te kijken: hoe kun je elkaar versterken, hoe maak je een gemeenschappelijke agenda? Juist daarin zit voor mij de meerwaarde van de alliantie.’
Wat maakt de VVT alliantie volgens jou waardevol?
‘De alliantie is divers, en dat is juist mooi. Er zijn grote en kleinere organisaties, met verschillende invalshoeken. Dat levert veel op. Het grootste voordeel is dat je op thema’s waar iedereen mee te maken heeft van elkaar kunt leren, samen kunt ontwikkelen en ook gezamenlijk partner kunt zijn richting bijvoorbeeld zorgkantoor, gemeenten woningbouwcorporaties en de welzijnsorganisaties.’
Waar ligt voor jou vanaf 2026 de bestuurlijke focus?
‘Voor mij ligt de focus op de doorontwikkeling van de samenwerking. We willen meer toe naar dat strategische netwerk. Dus niet alleen samenwerken op losse projecten, maar veel bewuster kijken: wat is onze gezamenlijke ambitie, waar willen we als sector samen naartoe en hoe organiseren we dat goed?’ Daarom kiest de alliantie voor meer focus, minder versnippering en een scherpere positionering.’
Wat betekent dat voor professionals in de organisaties?
‘Dat het niet alleen bestuurlijk moet blijven. Ik vind het belangrijk dat ook managers en medewerkers betrokken zijn. De meerwaarde van de alliantie zit er juist in dat vraagstukken makkelijker gedeeld worden en dat we samen een beter antwoord kunnen vinden dan wanneer iedereen het op zijn eigen houtje doet.’
En wat betekent deze koers voor cliënten en inwoners?
‘Voor mij is samenwerking nooit een doel op zich. Het is een middel omdat er een grotere ambitie boven hangt. Uiteindelijk moet het bijdragen aan toekomstbestendige zorg, aan ondersteuning die dichtbij mensen is en die echt meerwaarde heeft.'
Hoe kijk jij naar de VVT alliantie in relatie tot Samen zorgen dat het kan?
‘Die vraag is belangrijk: hoe verhouden we ons tot Samen zorgen dat het kan? Voor mij is dat geen tegenstelling. De alliantie blijft nodig, juist om de VVT inbreng goed te organiseren. Bepaalde projecten zijn onderdeel geworden van Samen zorgen dat het kan, zoals de dag- en doe centra. Wij moeten wel zorgen dat er draagvlak is, dat kennis uit de praktijk goed op tafel komt en dat we als VVT partners verbonden blijven.’
Wat vind je daarbij bestuurlijk het belangrijkste aandachtspunt?
‘Dat er echt gevoeld eigenaarschap is op de bedoeling. Geld is fijn, en we moeten ook voldoen aan de wereld van KPI’s en afspraken, maar geld moet niet leidend zijn. Ik probeer altijd vast te houden: die samenwerking moet duurzaam meerwaarde hebben, anders moet je er niet aan beginnen. Als er geen gezamenlijke ambitie onder zit, stort zo’n samenwerking uiteindelijk snel in.’
Dus de koers vanaf 2026 is…?
‘Bestendigen en verdiepen. We hebben een goede bodem onder de samenwerking. Nu is het de vraag hoe we die verder brengen: met meer strategische samenhang, met heldere keuzes en met een gezamenlijke ambitie die we echt voelen. Dan kunnen we samen beter antwoord geven op de opgaven van morgen.’